MIJ VERHAAL

Top-012

Meer dan 20 jaar geledenkwam ik naar Nederland, om samen te wonen met mijn partner. Een slanke, langharige vrouw van 26 jaar. Ik zei tegen iedereen die het maar wilde horen, dat ik een kunstenares was. Het riep bij velen een glimlach op. Leek het niet geloofwaardig? Te hoog gegrepen, uit het verarmde Oost-Europese land Litouwen komend? Of was het milieu waarin ik was terechtgekomen te zakelijk en niet kunstzinnig genoeg?

Wij wonen op heel mooie plek, in bos bij de Mookerheide. Mijn partner heeft een bedrijf in Molenhoek, dus ik was veel alleen, moest het leven in Nederland zelf ontdekken, alles zelf begrijpen, alles leren, inclusief de taal. Het Nederlands heb ik geleerd in een paar jaar tijd, van Amerikaanse films met Nederlandse ondertiteling op tv en van boeken in het Nederlands, die ik ooit al had gelezen in het Litouws of in het Engels en zo wist ik dus telkens, waarover het ging.

Ook zag ik in die jaren veel van Nederland per trein. De spoorwegen hadden toen aanbiedingen, die het mogelijk maakten voor een vaste lage prijs 3 dagen onbeperkt door het hele land te reizen. Ik kon mijn familie het land laten zien, als zij op bezoek kwamen, en leerde zelf veel bij… Heel snel begon men zelfs te grappen, dat ik heb meer van Nederland gezien, dan welkeNederlander dan ook in mijn omgeving.

Toen ik mijn Cultuurwetenschappelijke studies serieus begon, bleek al heel snel, dat ik de Nederlandse geschiedenis inderdaad beter kende, dan anderen, die het op school geleerd hadden.

Top-014

De studie bij OU Nederland was comfortabel verspreid over 6 jaar, geloof ik, 3 modules per semester en kostte niet zo weinig. Maar, wie 3 modules studeerde, kon hetzelfde semester nog 3 gratis modules erbij krijgen… Reken maar, dat ik in twee jaar het programma van 4 jaar heb doorlopen. Van tijd tot tijd fietste ik naar Nijmegen, Raadboud Universiteit, legde tentamens af en studeerde verder

Ik heb zelf de taal geleerd. Lezen en begrijpen was geen probleem. Ik sprak wel met een accent, maar mensen geraken daaraan gewend… Om echter goed te kunnen schrijven moest ik terug grammatica regels leren, lang en nauwkeurig, alles zoals het hoort.

Ongeveer dezelfde tijd had mijn studiebegeleider mij gewaarschuwd, dat ik niet mocht hopen werk te vinden na het behalen van mijn universitair diploma. En alle interessante modules had ik al gehad, alleen de saaie bleven over…

Om een lang verhaal kort te maken, ik heb er wel veel kunsthistorische en cultuurhistorische kennis aan overgehouden.

Ongeveer rond die tijd bouwde mijn partner een nieuw huis en daarom bezochten wij vaak het Openlucht museum bij Arnhem, opzoek naar interessante ideeën. Toen werd ik verliefd op de Hollandse tegel – blauwwitte tegels en tegeltableaus van zeilschepen uit de Gouden Eeuw, afbeeldingen van kleurrijke tulpen, vazen met bloemen en fruit, vogeltjes in de kooien en vrij…

MIJ VERHAAL (7)

Maar, zulke dingen zijn “origineel” niet te betalen.

Dus heb ik besloten ze voor ons huis zelf te maken. Zoveel we zelf nodig haden. Het duurde een half jaar. Wij kochten klei, een oven, een pers om klei uit te rollen, de glazuren, enz. Tijd om veel te experimenteren was er niet, alles ging tegelijk door: de bouw, het maken van tegels, drogen, bakken, verhitten en afkoelen van de oven, beschilderen, glazuren… Het huis staat er nu al 17 jaar, en  mijn naam als kunstenares is bevestigd – glimlacht er niemand meer om…

Met één iemand kon ik praten over kunst, één persoon kon ik vragenstellen over oude technieken over het maken van olieverf, iemand die mij liet zien, hoe je een oud schilderij over een nieuwe doek zet, hoe je renoveert, een oude verflaag schoonmaakt… hoe je boeken bindt…

Kees Roosenboom (1950 – 2005), neef van mijn partner, woonde niet ver van ons. Schilder, fotograaf, graficus, leraar, muzikant… Tegen het eind van zijn te korte leven hij maakte zelfs mandolines. Hij exposeerde en verkocht zijn schilderijen in galerijen van Parijs en Orkney, doceerde in de Lindenberg, Nijmegen, speelde Bob Dylan op de gitaar, maakte muziek met een rockband… De afbeeldingen van Mook en omgeving – de door hem gemaakte etsen – zijn prachtig en nog steeds gewild. Hij leeft voort in de herinnering van vele leerkringen en mensen, die hem kenden.

Wij waren het slechts op twee punten niet eens: hij had niet zo een hoge dunkoverPlasmolens school (schilderijen van de kunstenaarskolonie), die voor de Tweede Wereldoorlog in de omgeving van Mook was gevestigd (schilderijen wij toen de tijd, beetje bij beetje verzamelden…) en een tweede punt ging over mijn eigen schilderen. Hij verweet mij vaak, dat ik me te weinig concentreerde op mijn kunst, mijn tijd spendeerde aan alles en nog wat i.p.v. ondertussen wat moois te maken.

MIJ VERHAAL

Ironisch, maar met serieus schilderen begon ik weer pas een paar jaar na zijn dood, in 2007. Ondertussen had ik voor mijzelf de verzameling van het Arnhemse Museum van Moderne kunst ontdekt, nog steeds mijn favoriete museum, en ik begon gebruik te maken van het boek, dat ik ook van Kees cadeau had gekregen en waarin antwoorden op alle schildertechnische vragen stonden, die mij maar konden interesseren.

Zodoende mag ik hem toch dankbaar zijn, dat nu ik schilder op hout, geprepareerd met gesso, ei tempera gebruik, door mijn eigen gewreven pigmenten, gemengd met eigeel. Zo werkten schilders voordien, toende gebroeders Van Eijk de olieverf hadden uitgevonden.

Als jij als kunstenaar een serieus werk maakt, wil je ook, dat anderen het kunnen zien.

Dat enthousiasme, dat mijn schilderijen teweegbrachten bij bezoekers in de Open-Atelierdagen van CAM in Molenhoek, een aantal jaren geleden, kon ik nooit terugvinden bij galeriehouders in Nederland, waar ik een beetje links en rechts heb geprobeerd interesse voor mijn kunst te wekken. Maar, de galerijen kijken vanuit een commercieel oogpunt: kan het verkocht worden? Hoe veel schilderen kan jij nog en in hoe korte tijd leveren? Terwijl het bij mij anders werkt: ik werk langzaam, ook vanwege de techniek. Ik heb maar een klein aantal werken en dat aantal groeit gestaag.

En wie zal mijn uren en mijn energie vergoeden, die ik in deze schilderijen steek? Wil iemand überhaupt zulke prijzen betalen? Er is een kunst, gemaakt voor verkoop, en er is een kunst.

MIJ VERHAAL (6)

Zodoende is mijn werk terug naar Litouwen gekomen, om daar te laten zien, dat ik er nog ben, wat van mij is geworden en welke kunst door mij wordt gemaakt… Ik weet het niet: ben ik een laatbloeier, of zou iedereen eerst moeten proberen een mens te worden, min of meer gevormd, en dan pas kunst gaan maken, als dat voor hem of haar blijkt weggelegd te zijn?

WAAR DOE IK HET VOOR

Ik zelf ging behoedzaam weer naar Litouwen, in 2008. Ik was daar tien jaar niet geweest… Beelden van 1993, toen gepensioneerde nette leraressen op straat zaten te bedelen om melk en brood te kunnen kopen, waren nog levendig op mijn netvlies gegrift… Alle mijn spoken wachtten op mij daar, levend en wel. Of zo leek het.

Ook eerder had ik geprobeerd naar mijn homelandte gaan, maar er waren te veel negatieve herinneringen. Pas toen ik weer serieus ging schilderen, heb ik genoeg positieve energie verzameld om alles in balans te kunnen brengen en de moed er toe kon opbrengen. Uiteindelijk ik ging per Euroline bus, omdat het langzam ging: ik had tijd om eraan te wennen en erover na te denken, mijzelf voor te bereiden… Na een avond, een nacht en een halve dag te hebben gereden, bij het naderen van Kaunas, mijn geboortestad, was ik toch in paniek. Ik zei tegen mijzelf, dat ik het gewoon moest proberen, en dan, mocht het toch niets worden, zou ik nooit meer terugkomen.

Maar alles ging goed, stad en land en mensen leken mooier geworden, leken het beter te hebben… Schilderijen heb ik voor het eerst zelf naar Litouwen gebracht in 2013, voor een groepstentoonstelling, waar de auteurs allemaal vrouwen waren en over de hele wereld woonden, ook al waren ze geboren in Litouwen. Eenmaal daar met mijn schilderijen, wilde ik ze graag laten zien op zo veel mogelijk plekken en aan zo veel mogelijk mensen.

Bleek dat het publiek heel positief op mijn kunstreageerde: het deed mensen denken aan sprookjes, mijn magischrealisme.Bij nader doorvragen, konden ze toch geen concrete verhalen noemden. Het leken sprookjes in wording, hier en nu, en dankzij mijn kunst, konden zij er naar kijken.

Het doet mij goed te kunnen zien, hoe gezichten van mensen oplichten: kinderen worden blij, ouderen willen wel eens huilen… Als ik bijna een heel jaar had gewerkt aan een nieuwe partij schilderijen (tussen het idee en eindresultaat is een lange weg). Ik voel me dan wel eens eenzaam, wel eens monotoon beizig, het vordert langzaam, laag na laag na laag, tot het schilderij er  prima gaat uitzien. Naar wat oudere werken ben ik al aantal keren teruggekeerd om ze bij te werken…De jongere werken wachten nog op zulke terugkeer met een kwastje en wat verf, ook al waren ze al geëxposeerd.

Dat is een van redenen, waarom ik geen haast heb om ze te verkopen.

Een andere en ook belangrijke reden is, dat schilderijen bij elkaar, als een verzameling, meer zijn dan alleen de som der delen. Bij elkaar lijken ze wel een venster naar de andere, mooie, magische wereld te vormen, en kijkers zijn welkom om te observeren, wat daar in die wereld aan de hand is, wat beweegt, vliegt, groeit, loopt of zit te lezen. Schilderijen lijken een verlenging van elkaar te zijn, allen bij elkaar doen ze denken aan een film of aan een plaatjesdagboek, waar jij geen bladzijden uit wil scheuren.

ALS DROMEN GAAN WERKEN

Kauno herbasMijn geboortestad, de tweede grootste en belangrijkste stad van Litouwen, Kaunas, is heel mooi en met een eigen karakter. Daar komen de twee grootste rivieren van het land samen, staan resten van een middeleeuws kasteel, een compacte oude stad. Begin XXste eeuw, het Russische Imperium, waarvan Litouwen toen nog een deel was, uitbreide stad als een vesting, een fort, met stadswijken, een hele infrastructuurin het nieuwe deel van Kaunas, het is allemaal bewaard gebleven.

Toen de Litouwers de eigen onafhankelijkheid bevochten, na de Eerste Wereldoorlog en tot de Tweede wereldoorlog, was Kaunas tijdelijk de Hoofdstad van de Republiek (omdat Vilnius toen onder Poolse occupatie was), en toen was de echte bloeitijd: musea, universiteit, scholen, ziekenhuizen, staatsinstellingen, banken, schouwburg, heel veel woonhuizen waren gebouwd in die tijd en in de nieuwste architectuurstijl: modern. Nergens in Europa is zo veel van deze architectuur op een plek bewaard gebleven. Dit jaar heeft het de naam van Europees Patrimonium gekregen, en men verwacht dat het op een erfgoedlijst van UNESCO zal komen te staan.

Ik zou heel graag willen helpen en bemiddelen op dat Nederland Litouwen beter zou kunnen leren kennen.

Kaunas heeft twee universiteiten, een technische en humanitaire. Het is stad met veel studenten.

Het zou leuk zijn een expositieruil te organiseren, een vriendschap tussen culturele instellingen.

Litouwse mensen zijn heel welwillend, nieuwsgierig, geïnteresseerd om leren kennen wat ze nog niet gezien hebben.

Met het bezoek van koningin Beatrix in Litouwen in 2008, was er al een expositie van Nederlandse toegepaste en moderne kunst naar Kaunas meegekomen. Dit bewijst dat het kan, maar een zwaluw maakt nog geen lente… Het zou leuk zijn om er te kunnen toe bijdragen, dat deze spreekwoordelijke lente tussen twee voor mij zo belangrijke landen er toch wel zou komen!

En als ik Nederland zou kunnen warm maken voor de kunst of cultuur van Litouwen, dan zouden mijn dromen helemaal uitkomen!

Het plan zou zijn om samen te werken met de ambassades van Litouwen in Nederland en Nederland in Litouwen; de gemeentes van Kaunas, Litouwen en Nijmegen en Arnhem, hopend te creëren een achtergrond van vertrouwen, dat zou op haar beurt helpen verschillende musea, kunst galerijen en andere culturele instellingen te bevrienden en uitwisselingen tussen hen plaats vinden.

Gaiva Paprastoji ∞ 2014-2016 | WEB sprendimas: justin.as